Het leven van een muzikant

rugfotoDaar gaan we dan, spullen in de auto, ditmaal 2 auto's want ik ga na afloop naar het Noorden en Tis naar het Zuiden. Jippie parkeren midden in het centrum, café alleen te voet bereikbaar. Eerst elkaar vinden 'Hoi ik sta hier, waar sta jij? oh ik sta daar, wat zou dichter bij zijn? geen idee... Ik kom wel daarheen'.

Voilá, 2 parkeerkaartjes á 9,95 euro. Met alle zooi op onze rug en in onze handen lopen we door de winkelstraat, 'het zou hier toch vlakbij moeten zijn, ik ben hier wel eens eerder geweest nummer 166 waar zijn we nu? 32'. En dan hebben ze natuurlijk een 32a, 32b,32c enz. enz. Mijn armen vallen er bijna af. Ik wissel de gitaren om 12 snarig is toch zwaarder dan zessnarig lijkt het:-) Mensen kijken ons na, vreemd stel...  een man van bijna 2 meter met een reusachtige contrabasbochel die uitsteekt naast een kleine schriele dwerg met een rugzakbochel en links en rechts een gitaar, als een soort patatje oorlog of nee waterfiets heet dat geloof ik, alleen zijn frikandellen een stuk lichter. Het is maar goed dat we allebei altijd neurotisch op tijd willen zijn overal, dus we hebben tijd genoeg om nog verder te zeulen. Dan zijn we er. Koffie!

Het is de eerste mooie zonnige dag in het voorjaar en... jawel... wij spelen binnen. De geluidsman is er vandaag niet hoera, en iemand anders draait wat aan de knoppen, hoera!. Leuke tent, aardige eigenaar. De rest viel tegen, ondanks aandringen van de gitarist dat ik over zijn supersonische versterker met supersonisch effectenapparaatuur mocht spelen, uiteindelijk mijn gitaar gewoon in de DI gestopt want het klonk als een kapotte straaljager. En je mag nóóit maar dan ook nóóit aan een gitarist zijn apparatuur zitten om je eigen geluid goed te krijgen, want,  wat hij heeft ingesteld, is goed. Ondertussen zat iedereen lekker buiten in de zon, en binnen begon de eerste zangeres aan haar performance. Het publiek binnen bestond uit medemuzikanten personeel en de eigenaar plus de fotograaf voor de website. Ze zong prachtig maar op routine. Hoe kan het ook anders, als iedereen lekker buiten in de zon zit te kletsen en jij binnen voor anderhalve man en een paardekop staat te zingen. Yes... wij zijn aan de beurt. Ineens sta ik daar en ik zet in, maar het intro klinkt ietwat merkwaardig, een schuine blik van Tis maar we lossen het op. Ik word uit het niets strontnerveus. Nerveus van een man die kijkt alsof hij doodgraver is en wacht tot ik neerval. Dat houd hij trouwens het hele optreden vol. Nerveus van een man die linksvoor zit en er steeds doorheen lult alsof hij de teksten moet vertalen voor zijn aziatische vriendin. Uit mijn ooghoek zie ik Tis  die steeds harder aan zijn bas staat te plukken alsof de snaren eraf moeten omdat hij zich groen en geel ergert. Nog wat bekenden van de man linksvoor komen rechts van het podium te staan en yes... nu hebben we stereo. Proost! Hey! hoi! roept hij naar de overkant. Maar... we gaan door, the show must go on!

Voor mij zit een man aan tafel mee te wiegen op de melodie, en een vrouw zingt zachtjes mee als we de cover van Joni Mitchell spelen, ze herkent het, heeft misschien herinneringen. Af en toe sluit ze haar ogen, glimlacht en droomt weg. Een jongen knul moet vreselijk lachen als ik ' I'm burning down the house where you live ' zing. Voor deze mensen spelen we, en die mensen buiten?Och, ik was waarschijnlijk ook lekker buiten in het zonnetje gaan zitten want morgen is het weer afgelopen. Dit is wel Nederland hé! Oh ja... en een visitekaartje gegeven aan een adhd stuiterbal man die erop schreef wat ik zeker eens moest luisteren en mijn visitekaartje weer terug gekregen. Kijk dat is nou nog eens marketing! De hoed is rond gegaan (alleen binnen) de opbrengst werd verdeeld. In ieder geval 1 parkeerkaartje eruit. De hele meuk weer op onze rug, terug naar de auto...al lopend zetten we ons lijflied in, 'we zijn er bijna, we zijn er bijna, maar nog niet helemaal....'

Laat reactieformulier zien
Top